Philips: nieuwe identity en logo

Philips event
Als je iemand volgt op Twitter, kun je soms binnen de dagelijkse tweets een trend ontdekken. Zo was was mij opgevallen dat Thomas Marzano het afgelopen jaar erg vaak bezig was met de heritage van Philips. Omdat zijn rol bij Philips ‘Head of Brand Design’ is, voel je aankomen dat er wellicht iets op til is. Dat bleek te kloppen: op woensdag 14 november onthulde Philips een nieuwe identity, met een vernieuwd logo en verse slogan: ‘Innovation and you’. In de dagen voorafgaand aan de onthulling kon je jouw pixel van het nieuwe logo online claimen, waardoor het logo steeds meer zichtbaar werd. Een introductie via social crowdsourcing, in feite. De bijbehorende hashtag #UncoverPhilips deed op Twitter z’n verbindende werk.

Philips was inmiddels toe aan een nieuwe jas. Dankzij alle online ontwikkelingen bewegen mensen en bedrijven dichter naar elkaar toe. De afstandelijkheid die sinds 1995 zijn intrede had gedaan paste daar niet meer bij. Het is daarom geen toeval dat het logo met het schild, dat sinds die periode letterlijk op de achtergrond is geraakt en zelfs even helemaal verdween, door Thomas en zijn team nieuw leven is ingeblazen. De ‘schild’-vorm draagt de historie van het merk en vormt, veel beter dan de bedrijfsnaam in kapitale letters, een gezicht voor de onderneming. Aan de nieuwe huisstijl is bijna een jaar gewerkt. Alle Philips materialen en media worden geleidelijk vervangen, waardoor de totale transitie zo’n twee jaar in beslag zal nemen.

Nu zul je wellicht denken: wat is hier zo opzienbarend aan..? Zo heel veel anders is het logo immers niet. Ten eerste zijn er niet zo heel veel echt Nederlandse, historische en wereldwijde merken meer. Philips hoort absoluut in die categorie en mag als koninklijk merk gerust een stukje cultureel erfgoed worden genoemd. Ten tweede is het beheer van een dergelijke global brand geen sinecure. Het moet binnen elke cultuur, taalgebied en productgroep tot zijn recht komen. In het geval van Philips een extra complexiteit, omdat Philips maar één merk voor alle producten kent: Philips. Van elektrische consumenten tandenborstel tot professionele medische MRI scanner: het logo moet op elk product en binnen iedere markt aansluiten. Uiteindelijk vormt zo’n verandering een heel circus waarbij vrijwel alle processen binnen een complex, globaal opererend bedrijf betrokken zijn.

  • Persbriefing vooraf met Philips CEO Frans van Houten
  • Persbriefing vooraf met Philips CEO Frans van Houten
  • Persbriefing met uiterst links Thomas Marzano, Philips Head of Brand Design
  • Philips CEO Frans van Houten spreekt buiten personeel toe
  • Projectie van nieuwe Philips logo op hoofdkantoor in Amsterdam
  • Projectie van de nieuwe Philips identity op hoofdkantoor in Amsterdam
  • Bram Koster op de tribune voor doven en slechthorenden...
  • Philips CEO Frans van Houten staat pers te woord
  • Lieke Lamb, Brechtje de Leij, Xaviera Ringeling, Bram Koster, Thomas Marzano, Johan Ong
  • Lieke Lamb, Brechtje de Leij, Xaviera Ringeling, Bram Koster, Thomas Marzano, Johan Ong
  • Philips schild: de evolutie
  • Philips schild: oud versus nieuw

Het evenement rond de onthulling op het hoofdkantoor van Philips in Amsterdam herinnerde aan een soortgelijke exercitie die ik in het verleden voor Organon mocht doen. Als eerste presenteerde Philips CEO Frans van Houten in besloten kring de nieuwe identity aan de pers en direct betrokkenen. Daarna ging het hele gezelschap naar buiten waar het personeel zich had verzameld op het Amstel Plein. Het nieuwe logo werd met spectaculaire muziek en via projectie op het gebouw gepresenteerd. Een erg leuke bijkomstigheid was dat een groepje online connecties elkaar tijdens deze lancering voor het eerst offline ontmoette. Zo kon het gebeuren dat het illustere Twitter gezelschap Tadek SolarzMarco Derksen, Brechtje de LeijXaviera RingelingBram KosterThomas Marzano, Johan Ong en ondergetekende in real life bij elkaar waren. Wat dat betreft mag Philips van mij volgende week wederom een rebranding lanceren…

Impact van Social Media anno 2013

ING Nederland heeft, net zoals vorig jaar, onderzoek gedaan naar de impact van social media. Dit onderzoek is uitgevoerd door Social Embassy en Insites Consulting. De uitkomsten geven aan dat social media naast andere media een geaccepteerd fenomeen is geworden. Het gebruik is gestabiliseerd maar de hoeveelheid berichten is wel enorm toegenomen. Daar staat tegenover dat het gebruik van online nieuwssites, websites van uitgevers, reviewsites, fora en blogs is afgenomen. Je kunt dus stellen dat de intensiteit van directe, persoonlijke communicatie via social media platformen zoals Twitter, Linkedin en Facebook is toegenomen in het nadeel van platformen die eigendom zijn van uitgevers en fabrikanten.

Social media worden door de ondervraagden als het minst betrouwbaar van alle media beoordeeld. Op exact welke elementen van social media of social media platformen dit betrekking heeft maakt het onderzoek helaas niet duidelijk. De impact van social media ligt volgens het onderzoek lager dan van informatieve televisieprogramma’s, maar is ten opzichte van 2012 wel gestegen. Inmiddels wordt social media belangrijker gevonden qua impact dan bijvoorbeeld RTL Boulevard en De Wereld Draait Door. Daarmee is social media een niet te onderschatten, stabiele en geaccepteerde factor geworden.

De impact van een bericht wordt vooral bepaald door de betrouwbaarheid van een afzender en zijn kennis van zaken. Dat is uiteraard perceptie en het is blijkbaar heel belangrijk om te blijven bouwen aan een sterk profiel. Daarnaast worden de sterkte van argumenten, het aantal bronnen die dit nieuws bevestigen en de persoonlijke relevantie van het bericht belangrijk gevonden. Hoe onafhankelijker en deskundig de afzender is, hoe beter.

Samengevat is het anno 2013 op social media dus belangrijk om als autoriteit op jouw gebied erkend en herkend te worden, door relevante berichten te plaatsen met sterke argumenten die onderbouwd worden door externe bronnen. Op die manier maak je de meeste impact, hoewel die impact afneemt naarmate de doelgroep ouder wordt. Jouw geloofwaardigheid stijgt naarmate dat je direct met personen communiceert via social media platformen. Geen echt nieuws dus voor mensen die de kracht van social media reeds begrepen. En bevestiging voor iedereen die hier nog aan twijfelde.

Vorm, verhaal en functie als praktische strategie

vorm_verhaal_functie

“Hallo, ik ben een willekeurige, potentiële klant. Aangenaam kennis te maken. Ik val graag nadrukkelijk met de deur in huis, dus let goed op. Jouw huidige handel is voor mij commercieël niet langer relevant als jij het online niet vormgeeft, vertelt en functioneel inricht. Boem, there it is. Ja, lees die zin nog maar een keer. Vorm, verhaal en functie. Zodra je één van deze drie kernelementen niet goed hebt ingevuld, ben ik weg. Jij mag wellicht vinden dat het allemaal prima is, achteloos afgevinkt op het ‘to-do’-lijstje. Nee, ik moet dat vinden. En vooral voelen en geloven. Want anders: doei. Bedankt en tot nooit meer ziens.”

Dit is wat het internet voor elkaar heeft gekregen. Klanten, of belangrijker nog, potentiële klanten verwachten anno 2013 dat jij via alle contactpunten consistent en feilloos uit weet te leggen wat de drijfveren achter jouw business zijn. Daarom gelden er voor het bedrijfsleven drie gouden regels. Als je wilt dat klanten in de toekomst iets van je kopen, zul je:

  1. Jouw bedrijf online herkenbaar vorm moeten geven;
  2. Jouw verhaal online helder moeten vertellen;
  3. Jouw handel online functioneel in moeten richten.

Dit is geen ‘of-of-of’-wensenlijstje, maar een ‘en-en-en’-eisenlijstje. Alle drie zullen naadloos moeten worden samengesmeed tot een geheel, om in de toekomst zakelijk een deuk in een pakje boter te kunnen (blijven) slaan. Ontbreekt het aan een goede invulling van één van deze elementen, of sluiten ze niet goed op elkaar aan, dan is het op termijn ‘over-en-sluiten’. Hoe groot en belangrijk jouw bedrijf nu is doet niet ter zake, net zo min hoe klein. Schaalgrootte heeft hooguit impact op de achterliggende complexiteit.

Wat jouw bedrijf precies doet en in welke markt, is evenmin van belang. Daar gaat dit artikel ook niet over. Jij kent jouw positionering, producten en markten immers zelf het beste. Waar het hier over gaat, is hoe jouw handel herkent en gekocht blijft worden in een wereld die zich steeds meer online ontwikkelt.

Product of dienst, producent of handel: op internet is iedereen in beginsel gelijk. Relatief klein in de werkelijke wereld, kan op internet dus spontaan groot worden en groot spontaan relatief klein. Naarmate mensen voor hun oriëntatie stapje voor stapje opschuiven van offline naar online, doet real-life presence er steeds minder toe. Maar online des te meer. Hoe je dat als bedrijf effectief inricht is serieus andere koek. Vandaar ook dat mensen zich steeds minder aangetrokken voelen tot veel van oudsher traditionele, vaak grote ondernemingen. Want die lijken – ondanks al hun resources en marktaandeel in de offline wereld – opvallend vaak moeite te hebben met deze online denkomslag en zich effectief te concentreren op deze drie kernelementen.

shellUitdaging 1: De herkenbare vorm
Het lijkt wellicht een open deur, maar op alle fronten is consistentie een absolute noodzaak. Zowel on- als offline, beeldtechnisch, tekstueel en inhoudelijk. De mensheid staat vandaag de dag bloot aan ongelofelijk veel impressies, waardoor herkenbaarheid alleen nog kan ontstaan door keer op keer, op elk contactpunt, identiek dezelfde basis te communiceren. Da’s geen nieuws: Coca-Cola, McDonald’s en Shell zijn er bijvoorbeeld groot mee geworden, lang voordat internet bestond.

De uitdaging zit tegenwoordig in het synchroon houden van alle contactpunten. Creatie van print zit bij een extern bureau, socialmediamonitoring bij de afdeling Communicatie, het onderhoud van website(s) deels buiten de deur via Marketing en webcare bij klantenservice. Hoe houdt je dat allemaal gelijkgeschakeld en actueel? Wie of welke afdeling pakt dat centrale stokje op? Of blijft die stok voor buitenstaanders een versnipperd stukje hout? Antwoorden hierop zijn voor elk bedrijf anders, want elk bedrijf zit anders in elkaar. Maar een eerste belangrijke stap is het jezelf bewust maken van deze fragmentatie, die leidt tot inconsistentie voor de buitenwereld. Over de wijze waarop je hiermee praktisch om zou kunnen gaan, schreef ik al eerder een artikel voor MarketingFacts.

Een waarschuwing is hierbij wel op zijn plaats. Een goed antwoord is nooit software- of ICT-gerelateerd. Veel belangrijker is dat het belang van consequent communiceren in de gehele organisatie landt, voordat er in oplossingen en middelen wordt gedacht. Kijk kritisch vanuit de klantpositie naar processen en rollen die mensen en afdelingen hierin vervullen. Alleen zo kom je erachter wat er moet veranderen om naar buiten een consistent en eenduidige beeld te kunnen communiceren.

instructionUitdaging 2: Een helder verhaal
Besef dat een website vaak het eerste contactpunt is. Als het goed is, vormt het de start van een relatie. Een potentiële klant moet een klant worden. Een klant een regelmatig terugkerende klant. Om dat te bewerkstelligen zal er een relatie tot stand moeten komen en het opbouwen daarvan is niet simpel, maar een eerste bezoek aan de website vormt wel de start. Hier horen emotionele waardes bij, dus niet louter wie je bent of wat je verkoopt. Doelgroepen willen zich graag persoonlijk of op basis van behoefte identificeren. Doorgaans gebeurt dit onbewust. Deze fundamentele connectie komt vooral tot stand via beantwoording van het ‘waarom’ en niet zozeer via de ‘wie’ of ‘wat’. Waarom biedt je juist die producten aan? Wat is jouw toegevoegde waarde als de klant een product juist bij jou bestelt? Waar staat jouw bedrijf voor en hoe ga ik dat ervaren?

Breng jouw motivatie dus helder over. Hoe scherper en onderscheidender ten opzichte van de concurrentie, hoe beter. Maar wel oprecht en realistisch, zodat je het waar zult maken. Een duidelijke ‘waarom’ voorkomt tegelijk dat je verkeerde klanten aantrekt. Was voorheen willekeurig welke klant gelijk aan het scoren van omzet, tegenwoordig is een verkeerde klant gelijk aan kapitaal vernietigende ellende. Sluiten verwachtingen niet goed op elkaar aan of is men ontevreden, dan weten mensen de weg naar online klaagmuren snel te vinden. Met alle gevolgen van dien richting anderen die zich in de oriëntatiefase binnen de fameuze customer journey bevinden.

Let op: generieke begrippen zijn niet onderscheidend voor het overbrengen van het ‘waarom’. Geloven in een beter milieu of persoonlijke service zijn prachtige doelen, maar geen helder antwoord op die onderbewuste klantvraag. Net zo min als een ‘mission, vision & value statement’. Dat zijn immers stuk voor stuk zaken die jij belangrijk vindt en maar zelden onderwerpen die een klant boeien. Denk vooral vanuit die klant. Wat maakt jou zo bijzonder? Probeer daarbij niet langer een allemansvriendje te zijn, maar durf oprechte keuzes te maken. Het zal jouw bedrijfsvoering uiteindelijk helpen.

De uitkomst van de ‘waarom’-vraag willen potentiële klanten graag bevestigd en onderbouwd zien in elk stukje content dat jij – en anderen over jou – hierna de wereld in gaan slingeren. Het vormt daarmee tegelijk de ruggengraat bij de invulling van contentmarketing, mocht je stappen in die richting willen zetten. Begin dus niet in het wilde weg content te verspreiden, maar start met het scherp formuleren van de vraag: ‘waarom’?

Oriëntatie in de aanloop tot een aankoop, als onderdeel van de eerder aangehaaldecustomer journey, gebeurt niet uitsluitend online. Meningen worden gevormd door een willekeurige mix van verschillende off- en online contactpunten. Maar zodra iemand zich bewust is geworden van het bestaan van een bedrijf of product (nog verbazingwekkend vaak met traditionele media als initiële trigger), is het internet doorgaans wél de eerste levensader naar meer informatie. Die reis begint niet zelden via een zoekmachine met het intikken van de bedrijfs- of productnaam. Als je als eerste stap langs die route wordt gevonden, zal men direct na een bezoekje aan jouw bedrijfswebsite elders op internet op zoek gaan naar onderbouwingen voor beweringen en claims. Jouw heldere verhaal en herkenbare vormgeving vormen hiervoor het fundament. Content is de brandstof, waarmee andere websites zich hebben kunnen voeden waardoor bevestiging plaats kan vinden.

function-appUitdaging 3: De online functie
Raakt men overtuigd, dan willen mensen in toenemende mate online worden bediend. Dus komt een derde element aan bod: de online functie. Het louter voorzien in een e-mailadres, telefoonnummer of Google Maps routekaart volstaat anno 2013 echt niet meer om geïnteresseerden daadwerkelijk de portemonnee te laten trekken. Nee, jouw businessmoet direct naar online functionaliteit worden vertaald om drempels zo laag mogelijk te maken. Hoe dit eruit kan zien, verschilt per bedrijf. Verkoop je producten, dan is een webwinkel het meest vanzelfsprekende voorbeeld. Klanten kunnen zo zelf klikken en kopen.

Maar daar mag het niet bij blijven. Kijk vooral naar (ondersteunende) diensten en vraag jezelf af of je die ook online kunt brengen. Zoals bijvoorbeeld banken dagelijks faciliteren in het online zelf regelen van financiën en we daar gewend aan zijn geraakt, zo verwachten klanten dergelijke online dienstverlening inmiddels ook binnen andere branches. Bijvoorbeeld door online inzage te geven in klantgegevens en het aanpassen daarvan, het inzien van facturen of het zelfstandig inplannen van een afspraak. Dit vormen vaak prima vingeroefeningen om gegevens die diep zijn weggestopt in verschillende interne systemen te bundelen of koppelen en vervolgens te ontsluiten via internet. Zo kom je er tegelijk achter welke systemen wel, maar vooral ook welke systemen hiermee niet overweg kunnen en tegelijk of data op orde is. Waarschijnlijk is dit het onderdeel waar je het nodige werk tegen gaat komen. Laat je hierdoor niet afschrikken: het is een zure appel waar je vroeg of laat doorheen zult moeten bijten. Denk bij online diensten ook niet in willekeurige gadgets die toevallig beschikbaar zijn, maar zorg ervoor dat de functionaliteit naadloos binnen jouw verhaal blijft passen. Wat je niet ter beschikking stelt, is wellicht nog belangrijker dan wat je wel beschikbaar maakt. Uiteindelijk moet elke functie ondersteunend zijn binnen jouw verhaal. Draagt het niets bij, laat het dan vooral achterwege.

Biedt je geen fysieke artikelen aan maar uitsluitend diensten, dan is het helemaal interessant om te onderzoeken in hoeverre die diensten vertaald kunnen worden naar volledige online fuctionaliteit. Dit is uitermate bedrijfsspecifiek en kan erg complex zijn, maar besef dat juist ‘diensten’ in combinatie met ‘online functionaliteit’ hét verschil zullen maken richting toekomst. Als jij in staat bent jouw diensten online te ontsluiten op een manier dat klanten selfsupported die diensten af kunnen nemen, dan zal dat een belangrijke onderscheidende factor gaan vormen ten opzichte van de concurrentie. Het is niet voor niets dat bedrijven met online diensten waarbij klanten alles zelf kunnen regelen opvallend hoog worden gewaardeerd ten opzichte van bedrijven waarbij persoonlijk contact noodzakelijk is. Je zou precies andersom verwachten, maar de groep mensen die een dergelijk selfempowerment hoog waarderen, groeit dagelijks. De reden is simpel: we vinden het steeds vaker vanzelfsprekend dat het zo werkt.

Denk hierbij niet meteen: “Mijn klanten willen dit niet” of “Mijn product is daar niet geschikt voor”. Misschien heb je op dit moment nog gelijk. Maar techniek schrijdt voort en klanten leren. Dan is het denkproces om als organisatie naar dat punt toe te groeien al wel gestart. Zo zorg je ervoor dat je klaar bent voor zo’n stap, zodra markt of techniek er rijp voor zijn. Dat proces verloopt momenteel razendsnel en is voor elk bedrijf uiteindelijk onafwendbaar. Afwachten tot het zover is en anderen concrete oplossingen hebben uitgedokterd, zet je per definitie op achterstand, waarbij concurrentie de ruimte krijgt het online gras voor jouw offline voeten weg te maaien. Vraag bijvoorbeeld maar eens aan een Schoenenreus, Free Record Shop of Oad Reizen.

doneKlaar
Zo. Alles geregeld, je denkt klaar te zijn. Nou, nee: dat is onmogelijk. Een goede invulling van deze drie kernelementen omvat uiteindelijk vrijwel alle bedrijfsprocessen en is natuurlijk niet in een week gereed. Dat gaat stapje voor stapje, kost tijd en juist daarom zou je er nu aan moeten beginnen. Richt hiervoor fases is, zodat iedereen in staat is mee te groeien in het veranderend denken.

Daarnaast is ook de daadwerkelijke invulling een levend proces dat vrijwel dagelijks onderhoud en bijstelling nodig heeft. Denk daarom goed na wie binnen de organisatie hiermee bezig moet zijn. Niet zelden vormen deze mensen de basis voor een nieuwe vorm van handel drijven binnen jouw bedrijf. Ga per onderwerp dus vooral op zoek naar nieuwsgierige personen die bestaande methodes ter discussie durven te stellen en geen genoegen nemen met een status quo. Mensen die de online ontwikkelingen volgen, hieraan privé reeds actief meedoen, maar tegelijkertijd bedrijfsbelangen begrijpen en kunnen borgen. De medewerk(st)ers die niet denken in problemen, maar in oplossingen. Ongeacht waar zij zich binnen de organisatie bevinden. Dit zouden dus zo maar eens exact de mensen kunnen zijn die je doorgaans liever niet aan jouw tafel hebt. Heb je dergelijke mensen niet aan boord: durf ze binnen te halen. Niet om vuistdikke rapporten te genereren die ongebruikt in een la verdwijnen, maar om jouw organisatie te leren begrijpen en mee op sleeptouw te nemen.

Stipje
Tot slot een tip uit de praktijk: benoem een stipje aan de horizon. Durf bijvoorbeeld te zeggen: “Over een jaar moeten klanten onze producten online zelfstandig kunnen samenstellen, personaliseren en bestellen”, ook als dat nu wellicht nog totaal onrealistisch lijkt. Hiermee maak je de uitdaging voor iedereen scherp. Het benoemen van dit stipje brengt focus aan waardoor de strategische kapstokken ‘vorm’, ‘verhaal’ en ‘functie’ gerichter ingevuld zullen worden. Het helpt jouw organisatie sneller te laten profiteren van diezelfde ontwikkelingen die je het leven nu wellicht heel moeilijk lijken te maken.

Dit artikel van mij is oorspronkelijk verschenen op Marketingfacts.nl

Het ontstaan van Zoover’s Twitter beoordelingen

Zoover Twitter DTG Telefoongids review beoordelingZoover gaat reacties via Twitter geautomatiseerd toevoegen aan hun reviews. Social mediabureau Jalt heeft dit bij de reisvergelijkingssite geïmplementeerd. Het idee hierachter is echter niet nieuw. Ongeveer anderhalf jaar geleden werd het bedacht en ontwikkeld door mijn toenmalige collega Rob Verberne en mijzelf, in combinatie met Sjoerd Reijnen en Koen van der Voort van, jawel: Jalt.

De gedachte was simpel: tweets waarin iets over de klanten van DTG (voorheen: De Telefoongids/GoudenGids) werd gemeld toevoegen aan de online beoordelingen. Precies wat Zoover nu ook gaat doen. Alles over die oorspronkelijke case kun je nog steeds bij FrankWatching lezen.

De pilot bij DTG strandde uiteindelijk. Niet vanwege tegenvallende resulaten, integendeel zelfs. Die waren beter dan vooraf aangenomen. Waarschijnlijk was het gebrek aan geloof in een dergelijke route om meer reviews te genereren de reden dat we te weinig handen op elkaar kregen. Daarom is het mooi dat Koen en Sjoerd van Jalt dit systeem alsnog leven in hebben weten te blazen, maar dan bij Zoover. Want per saldo was het idee te goed om er niks mee te doen.

Apple’s volgende grote revolutie: televisie

http://youtu.be/3q5UDpF8VYA

De huidige Apple TV werd door Steve Jobs standaard aangemerkt als ‘een hobby’. Met andere woorden: verwacht er niet te veel van, we zien potentie en in combinatie met iOS spelen we een beetje met de mogelijkheden. Apple doet echter zelden iets zonder reden. Ook niet als het een hobby is. Of misschien: vóóral niet als Steve Jobs het consequent een ‘hobby’ noemt. Hij sprak het woord ‘hobby’ namelijk nooit uit zonder daarbij zijn kenmerkende, mysterieuze grijns en dito pretoogjes te etaleren.

Interfacing
Wat heeft Apple in hun pijplijn..? In het filmpje zie je een aardig voorbeeld waarbij interfacing overduidelijk het uitgangspunt vormde. Het geeft antwoord op de vraag hoe je de afstand van bank tot televisie via interfacing letterlijk kunt overbruggen. Da’s immers de eerste fundamentele uitdaging. Apple heeft die uitdaging bijna stilzwijgend al min of meer opgelost via iOS en de iPhone of iPad. Iedereen met een huidige generatie Apple TV ervaart dat al. Het werkt feilloos op de simpele wijze die je van Apple gewend bent.

Maar Apple heeft de lat voor zichzelf waarschijnlijk nog flink wat hoger gelegd. Want de werkelijke uitdaging ligt op een veel hoger niveau: het integreren van live televisie en realtime internet data.  Die twee werelden opereren nu nog totaal gescheiden van elkaar. De maximale ‘koppeling’ is een Winston Gerschtanowitz die live in de uitzending vertelt wat er tegelijkertijd op internet allemaal gebeurt. Onder de noemer second screen (televisie kijken met directe interactie via een app op de iPhone of iPad) heeft Apple daarvoor de eerste stap al gezet. Maar wat als kijkers, televisiemakers en adverteerders integraal gebruik kunnen maken van zowel live televisie als realtime internet data..?

Steve Jobs Apple TVOnvoorstelbaar

De mogelijkheden voor televisieprogramma’s zoals bijvoorbeeld The Voice Of Holland of een Eurovisie Songfestival zijn eindeloos. Ze overstijgen binnen de huidige kaders van televisie of internet ons voorstellingsvermogen. Ik geloof dat Apple precies deze fundamentele ‘noot gaat kraken’. Om het citaat van Steve Jobs maar eens losjes aan te halen, waarvan ik denk dat Jobs op dit aspect doelde. Voor Apple begrippen is het afgelopen jaar relatief rustig geweest qua innovaties, maar als je heel goed oplet zie je onder andere iOS en iTunes zich langzaam opmaken voor de volgende slag. Heb je al eens in HD naar een live uitzending van iTunes Festival via iTunes en de Apple TV gekeken..? Het is voor Apple waarschijnlijk een technische vingeroefening richting toekomst.

Het is aardig om te weten dat televisie voor Apple helemaal geen nieuw terrein is. Eigenaren van de 20th Anniversary Macintosh konden in 1997 -net als bij sommige van de latere Performa modellen- al televisie kijken op hun computer. De machines werden geleverd met afstandsbediening en zelfs Teletekst was volledig geïntegreerd. Je kon die tekst simpel kopiëren en plakken in bijvoorbeeld een tekstverwerker. Daarnaast was de Pippin al in 1995 een eerste aanzet voor ‘An integral part of the consumer AV stereo and TV environment‘, inclusief games. Marketingtechnisch een totale mislukking. Hetzelfde overkwam Apple in 1994 ook met de QuickTake 100. Inderdaad, de allereerste (!) digitale consumenten fotocamera was een Apple, in samenwerking met Kodak. Dat concept was zijn tijd ver, heel ver vooruit. In feite té ver.

Apple’s storytelling
Wat Apple van deze technisch ronduit briljante maar qua marketing volslagen mislukkingen heeft geleerd, is dat je de consument mee op reis moet nemen richting een dergelijke innovatie. Anders snapt men het concept domweg niet. Precies wat Apple is gaan doen sinds de eerste iPod. Stap voor stap de consument aan de hand meevoeren, waardoor iedere volgende stap ineens een logische lijkt. Zo logisch dat publiek maar ook aandeelhouders als vanzelf zo’n volgende stap eisen, zelfs nog vóór techniek, markt en omstandigheden er rijp voor zijn. Zo creëert Apple sinds 2001 zijn eigen nieuwe markten nog voor deze daadwerkelijk bestaan. Na de muziek-, boeken-, telefoon- en spelletjeswereld is nu de volgende media-industrie aan de beurt: televisie. Daarvoor moeten hardware, software en kanalen naadloos in elkaar grijpen. Maar bovenal moet de medewerking van de belangrijkste content eigenaren zijn geregeld. Dus komt Apple pas met hun volgende grote innovatie als het het ogenschijnlijk eigenwijze Apple daar de tijd rijp voor acht. En geen dag eerder.

Media management presentatie bij GLU

glu media managementAfgelopen dinsdag 16 april een presentatie mogen houden op het Grafisch Lyceum in Utrecht (GLU) voor studenten van de opleiding Media Management. Mij was gevraagd deze eerstejaars studenten een beeld te schetsen van het vak Media Management. Dan loop je vanzelf tegen de vraag aan hoe het vak eruit zal zien als de studenten over drie à vier jaar in de praktijk terecht komen. Da’s nog niet zo heel makkelijk te voorspellen.

Ik heb er voor gekozen ze vanuit het verleden mee te nemen naar het heden en van daaruit gezamelijk de lijn door trekken naar de toekomst. Want wat is binnen een wereld waar steeds vaker data, content en media samenkomen de rol van een Media Manager..? De nadruk zal steeds vaker op media proces management komen te liggen. Het samenbrengen van functie, vorm en verhaal op een consistente wijze voor zowel papier als (in toenemende mate) online. Waarbij met name in het laatste geval de uitdaging zit in de effecten die realtime op het geheel heeft.

We gaan (weer) insourcen..!

insourcing of outsourcingHet is voor de meeste bedrijven normaal om onderdelen van hun marketing- of communicatie-executie te outsourcen. Copy, fotografie, het beheer van de website, webmonitoring of bijvoorbeeld community management: voor alles kan een externe leverancier worden gevonden. Niet zelden wordt zelfs de complete marketing of communicatie uitbesteed. Als kennis en kunde intern niet aanwezig is, of het ontbreekt aan tijd, dan gaat de opdracht ‘naar buiten’. Het lijkt een gemakkelijke en prima oplossing. Maar is het ook slim..?

Consistentie
Met de komst van sociale media als communicatief bindmiddel tussen de gehele organisatie, talloze platformen en verschillende doelgroepen is het consequent en consistent communiceren van een identiteit of branding knap ingewikkeld geworden. Zeker voor grotere organisaties, waar een fenomeen als interne verzuiling vaak ook om de hoek komt kijken. Iedere afdeling heeft zo zijn eigen zaken waarmee de buitenwereld in aanraking komt. Of erger nog: een eigen agenda.

Tegelijkertijd is eenduidigheid in woord en beeld belangrijker geworden dan ooit tevoren. Inconsequentie wordt onherroepelijk vertaald als ‘instabiel’, dus ‘minder betrouwbaar’. Gebeurt het niet bewust, dan speelt het voor de ontvanger als onbewuste factor toch mee. Uitbesteden werkt die inconsequentie bijna per definitie in de hand, hoe goed je het ook probeert te managen. Als de organisatie maar groot genoeg is, worden de lijnen langer dan extern kan worden overzien en gladgestreken. Zelfs bij langlopende samenwerkingsverbanden geldt dit, hoewel in mindere mate. Maar absoluut voor ‘de snelle klus’.

Techniek speelt bij consistentie eveneens een belangrijke rol. Regelmatig worden voor vergelijkbare technische situaties verschillende oplossingen gekozen. Externe, maar ook interne poppetjes verdwijnen en nieuwe arriveren. Iedereen wil z’n stempel drukken. Dus in plaats van bijvoorbeeld CMS type 1 wordt voor een ander project CMS type 2 geadviseerd. Grote stappen maken en snel scoren door jezelf te ontdoen van ballast uit het verleden. Het project is daardoor op papier succesvol, maar de buitenwereld ervaart die verschillen in techniek uiteindelijk ook. Menu’s werken anders, een afwijkende sitestructuur: noem alle variabelen maar op. Intern moet er door zo’n keuze tegelijk een tweede, afwijkend systeem worden onderhouden. Eerder opgebouwde kennis is slechts deels opnieuw bruikbaar, reeds bestaande content wordt onderling niet centraal gedeeld. Inconsistentie galore; hoe goed textuele en visuele aspecten ook op elkaar zijn afgestemd.

Authenticiteit
Niemand kent de organisatie beter dan de organisatie zelf. Het is voor buitenstaanders snel voelbaar als een organisatie niet zelf achter het stuur zit. Natuurlijk kan een externe zich inhoudelijk prima inleven, maar er zal altijd een zekere afstand moeten worden overwonnen. Soms hangt dat samen met de genoemde inconsequentie, door bijvoorbeeld nét iets ander taalgebruik of afwijkende benadering van lezers.

Ook visueel valt er veel te winnen. Het ergste voorbeeld is het gebruik van stockfotografie, met name van typisch buitenlandse makelij. Bezoekers voelen direct dat de beelden niet bij jouw bedrijf horen. Dat wekt geen vertrouwen of verbinding. Daarom is een matige, intern gemaakte foto van een werkelijke situatie online vaak waardevoller dan een fantastisch uitgelichte studioprent met modellen. Elk afzonderlijk element van alles wat wordt gecommuniceerd draagt bij aan de authenticiteit. Of doet er juist afbreuk aan.

Opbouwen kennis en inzicht
De online ontwikkelingen gaan snel en kennen ongelofelijk veel facetten. De beste manier om als organisatie zo veel mogelijk hiervan te leren doorgronden, is door er dagelijks mee bezig te zijn. Niet alles tegelijk, natuurlijk. Maar minimaal met de meest relevante zaken voor jouw afdeling of bedrijf. Je kunt elke dag lezen over alle online veranderingen maar de organisatie bouwt een veel beter Fingerspitzengefühl op als ze er zelf actief mee bezig zijn. Daarmee wordt je over tijd minder afhankelijk van het advies van anderen en creeër je makkelijker jouw eigen visie. Met als bijkomend voordeel dat je zélf sneller op eigen, vernieuwende ideeën komt die relevant zijn binnen jouw branche. Met name voor innovatie is dit een beter scenario dan reeds beproefde technieken en trucjes afkijken of inkopen, waarmee je per saldo nooit écht onderscheidend zult zijn. Niks menselijks is ons echter vreemd: vaak wordt ‘onbekend’ als ‘eng’ ervaren. Dit geldt vaak ook nog voor online. Besef dat uitbesteden een gevolg kan zijn. De communicatie-afdeling is misschien heel bedreven in het schrijven persberichten, maar even snel een pakkende webtekst inkloppen in een CMS is iets anders. Het is dus verstandig om die uitdagingen intern aan te gaan en bepaalde klusjes juist niet uit te besteden.

Snelheid
Online lachen mensen om teksten als: “U ontvangt binnen 7 dagen een reactie.” Je mag niet meer verplicht zijn dat soort mededelingen te moeten versturen. Met name dankzij social media is de algemene verwachting rond snelheid alleen maar toegenomen. Niet alleen om via Facebook of Twitter een reactie te krijgen, want vaak is er veel meer nodig. Er kunnen online spontaan situaties ontstaan waardoor een actiesite of aangepaste webpagina nodig is om naar te verwijzen. Dat geldt niet alleen in negatieve situaties, zoals soms wel wordt gedacht. Kansen om jezelf positief te onderscheiden op basis van onverwachte, actuele situaties komen veel vaker voor. Iets uit het (branche) nieuws waar je relevant op kunt inhaken, bijvoorbeeld. Voor het benutten van kansen om het bedrijf te profileren, moet je natuurlijk wél snel kunnen schakelen. Die snelheid is bij crisiscommunicatie evident. Kan jouw organisatie dat vlug en zelfstandig afhandelen, of ben je daarmee (deels) afhankelijk van anderen..? Realiseer jezelf dat volledige of gedeeltelijke afhankelijkheid ineens een tijdrovende slag kan betekenen, waardoor mooie kansen vervliegen in de tijd. Of bedreigingen geweerd kunnen worden. Een omlooptijd van een werkdag lijkt misschien snel, maar online gaat het steeds vaker om minuten die het verschil maken.

Insourcing voor outsourcing
Je leest het goed: insourcing is een belangrijk element om effectief te kunnen outsourcen. Het gezegde ‘In het land der blinden is eenoog koning’ gaat ook in de online wereld helaas vaak op. Kwakzalvers weten altijd feilloos het nieuwe te benutten om onwetenden een duurbetaald rad voor ogen te draaien. Hoe onderscheidt je kaf van koren als de organisatie intern niet beschikt over voldoende kennis en kunde? Zonder dat is het onmogelijk een goede briefing op te stellen of (de resultaten van) een derde partij te beoordelen. Personeel dat dagelijks, hands-on met online materie bezig is weet beter wat van belang is om een opdracht goed uit te kunnen voeren. Er blijven minder onbeantwoorde vragen liggen waardoor de kwaliteit hoger wordt. En heel belangrijk: je spreekt uiteindelijk samen dezelfde taal.

Schaalgrootte
Een belangrijke voorwaarde om te kunnen insourcen is uiteraard de schaalgrootte van een organisatie. Behalve als het core business is, spreekt het voor zich dat een bedrijf met zo’n tien medewerkers niet in staat is om één of twee personen fulltime op on- en offline marketing communicatie te laten renderen. Dergelijke ondernemingen moeten bijna verplicht op externen leunen. Dat hoeft geen probleem te zijn, maar selecteer bij voorkeur één partner die namens jou als centrale regisseur kan fungeren en over de volle breedte de juiste kennis in huis heeft. Op die manier kan over en weer gedeelde kennis worden opgebouwd. Zodra er echter maar enigszins ruimte voor is: neem iemand in dienst die online (en liefst tegelijk offline) de stem en het gezicht van jouw bedrijf vorm kan geven. Iemand die een prettige tekst kan schrijven, een prima foto kan maken, weet hoe je een website up-to-date houdt en nieuwe berichten kan twitteren om een publiek op te bouwen. Een ‘one-man-band’, zoals je wilt, die het bedrijf aantrekt als een jas en vanuit doelgroepen kan denken zonder het bedrijfsbelang uit het oog te verliezen. Iemand die het verhaal achter het bedrijf vorm weet te geven.

Als de organisatie groot genoeg is, is het verdelen van alle benodigde en uiteenlopende disciplines over meerdere personen een stuk simpeler. Maar zelfs de luxe van een kleine marketing/communicatie afdeling heeft zeker niet iedereen. In dat geval is over de periode van een jaar één interne medewerk(st)er die zelfstandig zaken kan realiseren effectiever dan vijf wisselende externen. Afhankelijk van de situatie en budgettaire omvang van werkzaamheden zou het ook zo maar kostenefficiënter kunnen zijn. Zo niet direct, dan wel indirect doordat er veel minder tijd in overdrachten verloren gaat.

Ambassadeurs
Insourcen heeft nóg een groot, indirect voordeel. Online kennis wordt binnen een organisatie als vanzelf naar een centraal punt getrokken en krijgt een zichtbaar aanspreekpunt. Natuurlijk  twitteren en facebooken medewerkers er zelfstandig op los. Dat hou je niet tegen en dat moet je ook niet willen: er bestaan immers geen betere ambassadeurs. Die delen het liefst ‘eigen’, authentieke content. Als die content écht vanuit de organisatie komt, wordt het ook eerder als ‘eigen’ beschouwd. Andersom: als niemand die content aanreikt gaat men zelf informatie creëren of zoeken en verspreiden. Gewild, maar ook ongewild. Geef ze een goed bruikbare tekst, foto’s, infographics, filmpjes en online locaties om naar te verwijzen. Ze zullen er graag en als vanzelf gebruik van maken, waardoor je minder nadruk op verbodsregels hoeft te leggen. Langs die route bouw je tegelijk een consistenter imago op dan als iedereen overal willekeurige informatie vandaan plukt. Daarbij: als er zowel in- als extern naar dezelfde informatie wordt gekeken ontstaat een gelijkwaardiger beeld van de organisatie. Alle neuzen draaien op een natuurlijke manier dezelfde kant op.

Terug naar de toekomst
Voorheen hadden bedrijven vaak een interne ‘studio’, waar één of meerdere DTP’ers reclamematerialen in elkaar draaiden. Die wisten wat CMYK of PMS was en daarmee de taal van de drukker begrepen. Ze konden even snel een aardig packshot maken. Of een logo. Ze losten daarmee intern snel en efficiënt een communicatieprobleem op. De oude invulling van het begrip ‘studio’ is in de afgelopen jaren een beetje uit beeld verdwenen, maar gaat dankzij online waarschijnlijk weer een nieuw type toekomst tegemoet. Met andere kennis en vaardigheden, maar exact hetzelfde doel: het verhaal van de organisatie van binnen uit snel, authentiek, consistent en consequent op de kaart zetten.

Dit artikel van mij is oorspronkelijk verschenen op Marketingfacts.nl.

Rhythm of the factory

Een goed voorbeeld van ‘anders naar dingen kijken’: ‘Rhythm of the factory‘. We kennen allemaal de saaie, corporate video’s van fabrieken. Hoe maak je die omgeving interessant..? Er zijn verschillende oplossingen, maar deze vorm van storytelling is wel érg creatief en goed uitgevoerd. Waarmee het niet de bedoeling is dat elke marketing- communicatie afdeling hun fabriek muziek laat maken. Laat het een inspiratiebron zijn om er achter te komen hoe jouw productieomgeving op een interessante manier kan worden gepresenteerd. En daardoor ook gedeeld.