Philips: nieuwe identity en logo

Philips event
Als je iemand volgt op Twitter, kun je soms binnen de dagelijkse tweets een trend ontdekken. Zo was was mij opgevallen dat Thomas Marzano het afgelopen jaar erg vaak bezig was met de heritage van Philips. Omdat zijn rol bij Philips ‘Head of Brand Design’ is, voel je aankomen dat er wellicht iets op til is. Dat bleek te kloppen: op woensdag 14 november onthulde Philips een nieuwe identity, met een vernieuwd logo en verse slogan: ‘Innovation and you’. In de dagen voorafgaand aan de onthulling kon je jouw pixel van het nieuwe logo online claimen, waardoor het logo steeds meer zichtbaar werd. Een introductie via social crowdsourcing, in feite. De bijbehorende hashtag #UncoverPhilips deed op Twitter z’n verbindende werk.

Philips was inmiddels toe aan een nieuwe jas. Dankzij alle online ontwikkelingen bewegen mensen en bedrijven dichter naar elkaar toe. De afstandelijkheid die sinds 1995 zijn intrede had gedaan paste daar niet meer bij. Het is daarom geen toeval dat het logo met het schild, dat sinds die periode letterlijk op de achtergrond is geraakt en zelfs even helemaal verdween, door Thomas en zijn team nieuw leven is ingeblazen. De ‘schild’-vorm draagt de historie van het merk en vormt, veel beter dan de bedrijfsnaam in kapitale letters, een gezicht voor de onderneming. Aan de nieuwe huisstijl is bijna een jaar gewerkt. Alle Philips materialen en media worden geleidelijk vervangen, waardoor de totale transitie zo’n twee jaar in beslag zal nemen.

Nu zul je wellicht denken: wat is hier zo opzienbarend aan..? Zo heel veel anders is het logo immers niet. Ten eerste zijn er niet zo heel veel echt Nederlandse, historische en wereldwijde merken meer. Philips hoort absoluut in die categorie en mag als koninklijk merk gerust een stukje cultureel erfgoed worden genoemd. Ten tweede is het beheer van een dergelijke global brand geen sinecure. Het moet binnen elke cultuur, taalgebied en productgroep tot zijn recht komen. In het geval van Philips een extra complexiteit, omdat Philips maar één merk voor alle producten kent: Philips. Van elektrische consumenten tandenborstel tot professionele medische MRI scanner: het logo moet op elk product en binnen iedere markt aansluiten. Uiteindelijk vormt zo’n verandering een heel circus waarbij vrijwel alle processen binnen een complex, globaal opererend bedrijf betrokken zijn.

  • Persbriefing vooraf met Philips CEO Frans van Houten
  • Persbriefing vooraf met Philips CEO Frans van Houten
  • Persbriefing met uiterst links Thomas Marzano, Philips Head of Brand Design
  • Philips CEO Frans van Houten spreekt buiten personeel toe
  • Projectie van nieuwe Philips logo op hoofdkantoor in Amsterdam
  • Projectie van de nieuwe Philips identity op hoofdkantoor in Amsterdam
  • Bram Koster op de tribune voor doven en slechthorenden...
  • Philips CEO Frans van Houten staat pers te woord
  • Lieke Lamb, Brechtje de Leij, Xaviera Ringeling, Bram Koster, Thomas Marzano, Johan Ong
  • Lieke Lamb, Brechtje de Leij, Xaviera Ringeling, Bram Koster, Thomas Marzano, Johan Ong
  • Philips schild: de evolutie
  • Philips schild: oud versus nieuw

Het evenement rond de onthulling op het hoofdkantoor van Philips in Amsterdam herinnerde aan een soortgelijke exercitie die ik in het verleden voor Organon mocht doen. Als eerste presenteerde Philips CEO Frans van Houten in besloten kring de nieuwe identity aan de pers en direct betrokkenen. Daarna ging het hele gezelschap naar buiten waar het personeel zich had verzameld op het Amstel Plein. Het nieuwe logo werd met spectaculaire muziek en via projectie op het gebouw gepresenteerd. Een erg leuke bijkomstigheid was dat een groepje online connecties elkaar tijdens deze lancering voor het eerst offline ontmoette. Zo kon het gebeuren dat het illustere Twitter gezelschap Tadek SolarzMarco Derksen, Brechtje de LeijXaviera RingelingBram KosterThomas Marzano, Johan Ong en ondergetekende in real life bij elkaar waren. Wat dat betreft mag Philips van mij volgende week wederom een rebranding lanceren…

Vorm, verhaal en functie als praktische strategie

vorm_verhaal_functie

“Hallo, ik ben een willekeurige, potentiële klant. Aangenaam kennis te maken. Ik val graag nadrukkelijk met de deur in huis, dus let goed op. Jouw huidige handel is voor mij commercieël niet langer relevant als jij het online niet vormgeeft, vertelt en functioneel inricht. Boem, there it is. Ja, lees die zin nog maar een keer. Vorm, verhaal en functie. Zodra je één van deze drie kernelementen niet goed hebt ingevuld, ben ik weg. Jij mag wellicht vinden dat het allemaal prima is, achteloos afgevinkt op het ‘to-do’-lijstje. Nee, ik moet dat vinden. En vooral voelen en geloven. Want anders: doei. Bedankt en tot nooit meer ziens.”

Dit is wat het internet voor elkaar heeft gekregen. Klanten, of belangrijker nog, potentiële klanten verwachten anno 2013 dat jij via alle contactpunten consistent en feilloos uit weet te leggen wat de drijfveren achter jouw business zijn. Daarom gelden er voor het bedrijfsleven drie gouden regels. Als je wilt dat klanten in de toekomst iets van je kopen, zul je:

  1. Jouw bedrijf online herkenbaar vorm moeten geven;
  2. Jouw verhaal online helder moeten vertellen;
  3. Jouw handel online functioneel in moeten richten.

Dit is geen ‘of-of-of’-wensenlijstje, maar een ‘en-en-en’-eisenlijstje. Alle drie zullen naadloos moeten worden samengesmeed tot een geheel, om in de toekomst zakelijk een deuk in een pakje boter te kunnen (blijven) slaan. Ontbreekt het aan een goede invulling van één van deze elementen, of sluiten ze niet goed op elkaar aan, dan is het op termijn ‘over-en-sluiten’. Hoe groot en belangrijk jouw bedrijf nu is doet niet ter zake, net zo min hoe klein. Schaalgrootte heeft hooguit impact op de achterliggende complexiteit.

Wat jouw bedrijf precies doet en in welke markt, is evenmin van belang. Daar gaat dit artikel ook niet over. Jij kent jouw positionering, producten en markten immers zelf het beste. Waar het hier over gaat, is hoe jouw handel herkent en gekocht blijft worden in een wereld die zich steeds meer online ontwikkelt.

Product of dienst, producent of handel: op internet is iedereen in beginsel gelijk. Relatief klein in de werkelijke wereld, kan op internet dus spontaan groot worden en groot spontaan relatief klein. Naarmate mensen voor hun oriëntatie stapje voor stapje opschuiven van offline naar online, doet real-life presence er steeds minder toe. Maar online des te meer. Hoe je dat als bedrijf effectief inricht is serieus andere koek. Vandaar ook dat mensen zich steeds minder aangetrokken voelen tot veel van oudsher traditionele, vaak grote ondernemingen. Want die lijken – ondanks al hun resources en marktaandeel in de offline wereld – opvallend vaak moeite te hebben met deze online denkomslag en zich effectief te concentreren op deze drie kernelementen.

shellUitdaging 1: De herkenbare vorm
Het lijkt wellicht een open deur, maar op alle fronten is consistentie een absolute noodzaak. Zowel on- als offline, beeldtechnisch, tekstueel en inhoudelijk. De mensheid staat vandaag de dag bloot aan ongelofelijk veel impressies, waardoor herkenbaarheid alleen nog kan ontstaan door keer op keer, op elk contactpunt, identiek dezelfde basis te communiceren. Da’s geen nieuws: Coca-Cola, McDonald’s en Shell zijn er bijvoorbeeld groot mee geworden, lang voordat internet bestond.

De uitdaging zit tegenwoordig in het synchroon houden van alle contactpunten. Creatie van print zit bij een extern bureau, socialmediamonitoring bij de afdeling Communicatie, het onderhoud van website(s) deels buiten de deur via Marketing en webcare bij klantenservice. Hoe houdt je dat allemaal gelijkgeschakeld en actueel? Wie of welke afdeling pakt dat centrale stokje op? Of blijft die stok voor buitenstaanders een versnipperd stukje hout? Antwoorden hierop zijn voor elk bedrijf anders, want elk bedrijf zit anders in elkaar. Maar een eerste belangrijke stap is het jezelf bewust maken van deze fragmentatie, die leidt tot inconsistentie voor de buitenwereld. Over de wijze waarop je hiermee praktisch om zou kunnen gaan, schreef ik al eerder een artikel voor MarketingFacts.

Een waarschuwing is hierbij wel op zijn plaats. Een goed antwoord is nooit software- of ICT-gerelateerd. Veel belangrijker is dat het belang van consequent communiceren in de gehele organisatie landt, voordat er in oplossingen en middelen wordt gedacht. Kijk kritisch vanuit de klantpositie naar processen en rollen die mensen en afdelingen hierin vervullen. Alleen zo kom je erachter wat er moet veranderen om naar buiten een consistent en eenduidige beeld te kunnen communiceren.

instructionUitdaging 2: Een helder verhaal
Besef dat een website vaak het eerste contactpunt is. Als het goed is, vormt het de start van een relatie. Een potentiële klant moet een klant worden. Een klant een regelmatig terugkerende klant. Om dat te bewerkstelligen zal er een relatie tot stand moeten komen en het opbouwen daarvan is niet simpel, maar een eerste bezoek aan de website vormt wel de start. Hier horen emotionele waardes bij, dus niet louter wie je bent of wat je verkoopt. Doelgroepen willen zich graag persoonlijk of op basis van behoefte identificeren. Doorgaans gebeurt dit onbewust. Deze fundamentele connectie komt vooral tot stand via beantwoording van het ‘waarom’ en niet zozeer via de ‘wie’ of ‘wat’. Waarom biedt je juist die producten aan? Wat is jouw toegevoegde waarde als de klant een product juist bij jou bestelt? Waar staat jouw bedrijf voor en hoe ga ik dat ervaren?

Breng jouw motivatie dus helder over. Hoe scherper en onderscheidender ten opzichte van de concurrentie, hoe beter. Maar wel oprecht en realistisch, zodat je het waar zult maken. Een duidelijke ‘waarom’ voorkomt tegelijk dat je verkeerde klanten aantrekt. Was voorheen willekeurig welke klant gelijk aan het scoren van omzet, tegenwoordig is een verkeerde klant gelijk aan kapitaal vernietigende ellende. Sluiten verwachtingen niet goed op elkaar aan of is men ontevreden, dan weten mensen de weg naar online klaagmuren snel te vinden. Met alle gevolgen van dien richting anderen die zich in de oriëntatiefase binnen de fameuze customer journey bevinden.

Let op: generieke begrippen zijn niet onderscheidend voor het overbrengen van het ‘waarom’. Geloven in een beter milieu of persoonlijke service zijn prachtige doelen, maar geen helder antwoord op die onderbewuste klantvraag. Net zo min als een ‘mission, vision & value statement’. Dat zijn immers stuk voor stuk zaken die jij belangrijk vindt en maar zelden onderwerpen die een klant boeien. Denk vooral vanuit die klant. Wat maakt jou zo bijzonder? Probeer daarbij niet langer een allemansvriendje te zijn, maar durf oprechte keuzes te maken. Het zal jouw bedrijfsvoering uiteindelijk helpen.

De uitkomst van de ‘waarom’-vraag willen potentiële klanten graag bevestigd en onderbouwd zien in elk stukje content dat jij – en anderen over jou – hierna de wereld in gaan slingeren. Het vormt daarmee tegelijk de ruggengraat bij de invulling van contentmarketing, mocht je stappen in die richting willen zetten. Begin dus niet in het wilde weg content te verspreiden, maar start met het scherp formuleren van de vraag: ‘waarom’?

Oriëntatie in de aanloop tot een aankoop, als onderdeel van de eerder aangehaaldecustomer journey, gebeurt niet uitsluitend online. Meningen worden gevormd door een willekeurige mix van verschillende off- en online contactpunten. Maar zodra iemand zich bewust is geworden van het bestaan van een bedrijf of product (nog verbazingwekkend vaak met traditionele media als initiële trigger), is het internet doorgaans wél de eerste levensader naar meer informatie. Die reis begint niet zelden via een zoekmachine met het intikken van de bedrijfs- of productnaam. Als je als eerste stap langs die route wordt gevonden, zal men direct na een bezoekje aan jouw bedrijfswebsite elders op internet op zoek gaan naar onderbouwingen voor beweringen en claims. Jouw heldere verhaal en herkenbare vormgeving vormen hiervoor het fundament. Content is de brandstof, waarmee andere websites zich hebben kunnen voeden waardoor bevestiging plaats kan vinden.

function-appUitdaging 3: De online functie
Raakt men overtuigd, dan willen mensen in toenemende mate online worden bediend. Dus komt een derde element aan bod: de online functie. Het louter voorzien in een e-mailadres, telefoonnummer of Google Maps routekaart volstaat anno 2013 echt niet meer om geïnteresseerden daadwerkelijk de portemonnee te laten trekken. Nee, jouw businessmoet direct naar online functionaliteit worden vertaald om drempels zo laag mogelijk te maken. Hoe dit eruit kan zien, verschilt per bedrijf. Verkoop je producten, dan is een webwinkel het meest vanzelfsprekende voorbeeld. Klanten kunnen zo zelf klikken en kopen.

Maar daar mag het niet bij blijven. Kijk vooral naar (ondersteunende) diensten en vraag jezelf af of je die ook online kunt brengen. Zoals bijvoorbeeld banken dagelijks faciliteren in het online zelf regelen van financiën en we daar gewend aan zijn geraakt, zo verwachten klanten dergelijke online dienstverlening inmiddels ook binnen andere branches. Bijvoorbeeld door online inzage te geven in klantgegevens en het aanpassen daarvan, het inzien van facturen of het zelfstandig inplannen van een afspraak. Dit vormen vaak prima vingeroefeningen om gegevens die diep zijn weggestopt in verschillende interne systemen te bundelen of koppelen en vervolgens te ontsluiten via internet. Zo kom je er tegelijk achter welke systemen wel, maar vooral ook welke systemen hiermee niet overweg kunnen en tegelijk of data op orde is. Waarschijnlijk is dit het onderdeel waar je het nodige werk tegen gaat komen. Laat je hierdoor niet afschrikken: het is een zure appel waar je vroeg of laat doorheen zult moeten bijten. Denk bij online diensten ook niet in willekeurige gadgets die toevallig beschikbaar zijn, maar zorg ervoor dat de functionaliteit naadloos binnen jouw verhaal blijft passen. Wat je niet ter beschikking stelt, is wellicht nog belangrijker dan wat je wel beschikbaar maakt. Uiteindelijk moet elke functie ondersteunend zijn binnen jouw verhaal. Draagt het niets bij, laat het dan vooral achterwege.

Biedt je geen fysieke artikelen aan maar uitsluitend diensten, dan is het helemaal interessant om te onderzoeken in hoeverre die diensten vertaald kunnen worden naar volledige online fuctionaliteit. Dit is uitermate bedrijfsspecifiek en kan erg complex zijn, maar besef dat juist ‘diensten’ in combinatie met ‘online functionaliteit’ hét verschil zullen maken richting toekomst. Als jij in staat bent jouw diensten online te ontsluiten op een manier dat klanten selfsupported die diensten af kunnen nemen, dan zal dat een belangrijke onderscheidende factor gaan vormen ten opzichte van de concurrentie. Het is niet voor niets dat bedrijven met online diensten waarbij klanten alles zelf kunnen regelen opvallend hoog worden gewaardeerd ten opzichte van bedrijven waarbij persoonlijk contact noodzakelijk is. Je zou precies andersom verwachten, maar de groep mensen die een dergelijk selfempowerment hoog waarderen, groeit dagelijks. De reden is simpel: we vinden het steeds vaker vanzelfsprekend dat het zo werkt.

Denk hierbij niet meteen: “Mijn klanten willen dit niet” of “Mijn product is daar niet geschikt voor”. Misschien heb je op dit moment nog gelijk. Maar techniek schrijdt voort en klanten leren. Dan is het denkproces om als organisatie naar dat punt toe te groeien al wel gestart. Zo zorg je ervoor dat je klaar bent voor zo’n stap, zodra markt of techniek er rijp voor zijn. Dat proces verloopt momenteel razendsnel en is voor elk bedrijf uiteindelijk onafwendbaar. Afwachten tot het zover is en anderen concrete oplossingen hebben uitgedokterd, zet je per definitie op achterstand, waarbij concurrentie de ruimte krijgt het online gras voor jouw offline voeten weg te maaien. Vraag bijvoorbeeld maar eens aan een Schoenenreus, Free Record Shop of Oad Reizen.

doneKlaar
Zo. Alles geregeld, je denkt klaar te zijn. Nou, nee: dat is onmogelijk. Een goede invulling van deze drie kernelementen omvat uiteindelijk vrijwel alle bedrijfsprocessen en is natuurlijk niet in een week gereed. Dat gaat stapje voor stapje, kost tijd en juist daarom zou je er nu aan moeten beginnen. Richt hiervoor fases is, zodat iedereen in staat is mee te groeien in het veranderend denken.

Daarnaast is ook de daadwerkelijke invulling een levend proces dat vrijwel dagelijks onderhoud en bijstelling nodig heeft. Denk daarom goed na wie binnen de organisatie hiermee bezig moet zijn. Niet zelden vormen deze mensen de basis voor een nieuwe vorm van handel drijven binnen jouw bedrijf. Ga per onderwerp dus vooral op zoek naar nieuwsgierige personen die bestaande methodes ter discussie durven te stellen en geen genoegen nemen met een status quo. Mensen die de online ontwikkelingen volgen, hieraan privé reeds actief meedoen, maar tegelijkertijd bedrijfsbelangen begrijpen en kunnen borgen. De medewerk(st)ers die niet denken in problemen, maar in oplossingen. Ongeacht waar zij zich binnen de organisatie bevinden. Dit zouden dus zo maar eens exact de mensen kunnen zijn die je doorgaans liever niet aan jouw tafel hebt. Heb je dergelijke mensen niet aan boord: durf ze binnen te halen. Niet om vuistdikke rapporten te genereren die ongebruikt in een la verdwijnen, maar om jouw organisatie te leren begrijpen en mee op sleeptouw te nemen.

Stipje
Tot slot een tip uit de praktijk: benoem een stipje aan de horizon. Durf bijvoorbeeld te zeggen: “Over een jaar moeten klanten onze producten online zelfstandig kunnen samenstellen, personaliseren en bestellen”, ook als dat nu wellicht nog totaal onrealistisch lijkt. Hiermee maak je de uitdaging voor iedereen scherp. Het benoemen van dit stipje brengt focus aan waardoor de strategische kapstokken ‘vorm’, ‘verhaal’ en ‘functie’ gerichter ingevuld zullen worden. Het helpt jouw organisatie sneller te laten profiteren van diezelfde ontwikkelingen die je het leven nu wellicht heel moeilijk lijken te maken.

Dit artikel van mij is oorspronkelijk verschenen op Marketingfacts.nl

We gaan (weer) insourcen..!

insourcing of outsourcingHet is voor de meeste bedrijven normaal om onderdelen van hun marketing- of communicatie-executie te outsourcen. Copy, fotografie, het beheer van de website, webmonitoring of bijvoorbeeld community management: voor alles kan een externe leverancier worden gevonden. Niet zelden wordt zelfs de complete marketing of communicatie uitbesteed. Als kennis en kunde intern niet aanwezig is, of het ontbreekt aan tijd, dan gaat de opdracht ‘naar buiten’. Het lijkt een gemakkelijke en prima oplossing. Maar is het ook slim..?

Consistentie
Met de komst van sociale media als communicatief bindmiddel tussen de gehele organisatie, talloze platformen en verschillende doelgroepen is het consequent en consistent communiceren van een identiteit of branding knap ingewikkeld geworden. Zeker voor grotere organisaties, waar een fenomeen als interne verzuiling vaak ook om de hoek komt kijken. Iedere afdeling heeft zo zijn eigen zaken waarmee de buitenwereld in aanraking komt. Of erger nog: een eigen agenda.

Tegelijkertijd is eenduidigheid in woord en beeld belangrijker geworden dan ooit tevoren. Inconsequentie wordt onherroepelijk vertaald als ‘instabiel’, dus ‘minder betrouwbaar’. Gebeurt het niet bewust, dan speelt het voor de ontvanger als onbewuste factor toch mee. Uitbesteden werkt die inconsequentie bijna per definitie in de hand, hoe goed je het ook probeert te managen. Als de organisatie maar groot genoeg is, worden de lijnen langer dan extern kan worden overzien en gladgestreken. Zelfs bij langlopende samenwerkingsverbanden geldt dit, hoewel in mindere mate. Maar absoluut voor ‘de snelle klus’.

Techniek speelt bij consistentie eveneens een belangrijke rol. Regelmatig worden voor vergelijkbare technische situaties verschillende oplossingen gekozen. Externe, maar ook interne poppetjes verdwijnen en nieuwe arriveren. Iedereen wil z’n stempel drukken. Dus in plaats van bijvoorbeeld CMS type 1 wordt voor een ander project CMS type 2 geadviseerd. Grote stappen maken en snel scoren door jezelf te ontdoen van ballast uit het verleden. Het project is daardoor op papier succesvol, maar de buitenwereld ervaart die verschillen in techniek uiteindelijk ook. Menu’s werken anders, een afwijkende sitestructuur: noem alle variabelen maar op. Intern moet er door zo’n keuze tegelijk een tweede, afwijkend systeem worden onderhouden. Eerder opgebouwde kennis is slechts deels opnieuw bruikbaar, reeds bestaande content wordt onderling niet centraal gedeeld. Inconsistentie galore; hoe goed textuele en visuele aspecten ook op elkaar zijn afgestemd.

Authenticiteit
Niemand kent de organisatie beter dan de organisatie zelf. Het is voor buitenstaanders snel voelbaar als een organisatie niet zelf achter het stuur zit. Natuurlijk kan een externe zich inhoudelijk prima inleven, maar er zal altijd een zekere afstand moeten worden overwonnen. Soms hangt dat samen met de genoemde inconsequentie, door bijvoorbeeld nét iets ander taalgebruik of afwijkende benadering van lezers.

Ook visueel valt er veel te winnen. Het ergste voorbeeld is het gebruik van stockfotografie, met name van typisch buitenlandse makelij. Bezoekers voelen direct dat de beelden niet bij jouw bedrijf horen. Dat wekt geen vertrouwen of verbinding. Daarom is een matige, intern gemaakte foto van een werkelijke situatie online vaak waardevoller dan een fantastisch uitgelichte studioprent met modellen. Elk afzonderlijk element van alles wat wordt gecommuniceerd draagt bij aan de authenticiteit. Of doet er juist afbreuk aan.

Opbouwen kennis en inzicht
De online ontwikkelingen gaan snel en kennen ongelofelijk veel facetten. De beste manier om als organisatie zo veel mogelijk hiervan te leren doorgronden, is door er dagelijks mee bezig te zijn. Niet alles tegelijk, natuurlijk. Maar minimaal met de meest relevante zaken voor jouw afdeling of bedrijf. Je kunt elke dag lezen over alle online veranderingen maar de organisatie bouwt een veel beter Fingerspitzengefühl op als ze er zelf actief mee bezig zijn. Daarmee wordt je over tijd minder afhankelijk van het advies van anderen en creeër je makkelijker jouw eigen visie. Met als bijkomend voordeel dat je zélf sneller op eigen, vernieuwende ideeën komt die relevant zijn binnen jouw branche. Met name voor innovatie is dit een beter scenario dan reeds beproefde technieken en trucjes afkijken of inkopen, waarmee je per saldo nooit écht onderscheidend zult zijn. Niks menselijks is ons echter vreemd: vaak wordt ‘onbekend’ als ‘eng’ ervaren. Dit geldt vaak ook nog voor online. Besef dat uitbesteden een gevolg kan zijn. De communicatie-afdeling is misschien heel bedreven in het schrijven persberichten, maar even snel een pakkende webtekst inkloppen in een CMS is iets anders. Het is dus verstandig om die uitdagingen intern aan te gaan en bepaalde klusjes juist niet uit te besteden.

Snelheid
Online lachen mensen om teksten als: “U ontvangt binnen 7 dagen een reactie.” Je mag niet meer verplicht zijn dat soort mededelingen te moeten versturen. Met name dankzij social media is de algemene verwachting rond snelheid alleen maar toegenomen. Niet alleen om via Facebook of Twitter een reactie te krijgen, want vaak is er veel meer nodig. Er kunnen online spontaan situaties ontstaan waardoor een actiesite of aangepaste webpagina nodig is om naar te verwijzen. Dat geldt niet alleen in negatieve situaties, zoals soms wel wordt gedacht. Kansen om jezelf positief te onderscheiden op basis van onverwachte, actuele situaties komen veel vaker voor. Iets uit het (branche) nieuws waar je relevant op kunt inhaken, bijvoorbeeld. Voor het benutten van kansen om het bedrijf te profileren, moet je natuurlijk wél snel kunnen schakelen. Die snelheid is bij crisiscommunicatie evident. Kan jouw organisatie dat vlug en zelfstandig afhandelen, of ben je daarmee (deels) afhankelijk van anderen..? Realiseer jezelf dat volledige of gedeeltelijke afhankelijkheid ineens een tijdrovende slag kan betekenen, waardoor mooie kansen vervliegen in de tijd. Of bedreigingen geweerd kunnen worden. Een omlooptijd van een werkdag lijkt misschien snel, maar online gaat het steeds vaker om minuten die het verschil maken.

Insourcing voor outsourcing
Je leest het goed: insourcing is een belangrijk element om effectief te kunnen outsourcen. Het gezegde ‘In het land der blinden is eenoog koning’ gaat ook in de online wereld helaas vaak op. Kwakzalvers weten altijd feilloos het nieuwe te benutten om onwetenden een duurbetaald rad voor ogen te draaien. Hoe onderscheidt je kaf van koren als de organisatie intern niet beschikt over voldoende kennis en kunde? Zonder dat is het onmogelijk een goede briefing op te stellen of (de resultaten van) een derde partij te beoordelen. Personeel dat dagelijks, hands-on met online materie bezig is weet beter wat van belang is om een opdracht goed uit te kunnen voeren. Er blijven minder onbeantwoorde vragen liggen waardoor de kwaliteit hoger wordt. En heel belangrijk: je spreekt uiteindelijk samen dezelfde taal.

Schaalgrootte
Een belangrijke voorwaarde om te kunnen insourcen is uiteraard de schaalgrootte van een organisatie. Behalve als het core business is, spreekt het voor zich dat een bedrijf met zo’n tien medewerkers niet in staat is om één of twee personen fulltime op on- en offline marketing communicatie te laten renderen. Dergelijke ondernemingen moeten bijna verplicht op externen leunen. Dat hoeft geen probleem te zijn, maar selecteer bij voorkeur één partner die namens jou als centrale regisseur kan fungeren en over de volle breedte de juiste kennis in huis heeft. Op die manier kan over en weer gedeelde kennis worden opgebouwd. Zodra er echter maar enigszins ruimte voor is: neem iemand in dienst die online (en liefst tegelijk offline) de stem en het gezicht van jouw bedrijf vorm kan geven. Iemand die een prettige tekst kan schrijven, een prima foto kan maken, weet hoe je een website up-to-date houdt en nieuwe berichten kan twitteren om een publiek op te bouwen. Een ‘one-man-band’, zoals je wilt, die het bedrijf aantrekt als een jas en vanuit doelgroepen kan denken zonder het bedrijfsbelang uit het oog te verliezen. Iemand die het verhaal achter het bedrijf vorm weet te geven.

Als de organisatie groot genoeg is, is het verdelen van alle benodigde en uiteenlopende disciplines over meerdere personen een stuk simpeler. Maar zelfs de luxe van een kleine marketing/communicatie afdeling heeft zeker niet iedereen. In dat geval is over de periode van een jaar één interne medewerk(st)er die zelfstandig zaken kan realiseren effectiever dan vijf wisselende externen. Afhankelijk van de situatie en budgettaire omvang van werkzaamheden zou het ook zo maar kostenefficiënter kunnen zijn. Zo niet direct, dan wel indirect doordat er veel minder tijd in overdrachten verloren gaat.

Ambassadeurs
Insourcen heeft nóg een groot, indirect voordeel. Online kennis wordt binnen een organisatie als vanzelf naar een centraal punt getrokken en krijgt een zichtbaar aanspreekpunt. Natuurlijk  twitteren en facebooken medewerkers er zelfstandig op los. Dat hou je niet tegen en dat moet je ook niet willen: er bestaan immers geen betere ambassadeurs. Die delen het liefst ‘eigen’, authentieke content. Als die content écht vanuit de organisatie komt, wordt het ook eerder als ‘eigen’ beschouwd. Andersom: als niemand die content aanreikt gaat men zelf informatie creëren of zoeken en verspreiden. Gewild, maar ook ongewild. Geef ze een goed bruikbare tekst, foto’s, infographics, filmpjes en online locaties om naar te verwijzen. Ze zullen er graag en als vanzelf gebruik van maken, waardoor je minder nadruk op verbodsregels hoeft te leggen. Langs die route bouw je tegelijk een consistenter imago op dan als iedereen overal willekeurige informatie vandaan plukt. Daarbij: als er zowel in- als extern naar dezelfde informatie wordt gekeken ontstaat een gelijkwaardiger beeld van de organisatie. Alle neuzen draaien op een natuurlijke manier dezelfde kant op.

Terug naar de toekomst
Voorheen hadden bedrijven vaak een interne ‘studio’, waar één of meerdere DTP’ers reclamematerialen in elkaar draaiden. Die wisten wat CMYK of PMS was en daarmee de taal van de drukker begrepen. Ze konden even snel een aardig packshot maken. Of een logo. Ze losten daarmee intern snel en efficiënt een communicatieprobleem op. De oude invulling van het begrip ‘studio’ is in de afgelopen jaren een beetje uit beeld verdwenen, maar gaat dankzij online waarschijnlijk weer een nieuw type toekomst tegemoet. Met andere kennis en vaardigheden, maar exact hetzelfde doel: het verhaal van de organisatie van binnen uit snel, authentiek, consistent en consequent op de kaart zetten.

Dit artikel van mij is oorspronkelijk verschenen op Marketingfacts.nl.

Rhythm of the factory

Een goed voorbeeld van ‘anders naar dingen kijken’: ‘Rhythm of the factory‘. We kennen allemaal de saaie, corporate video’s van fabrieken. Hoe maak je die omgeving interessant..? Er zijn verschillende oplossingen, maar deze vorm van storytelling is wel érg creatief en goed uitgevoerd. Waarmee het niet de bedoeling is dat elke marketing- communicatie afdeling hun fabriek muziek laat maken. Laat het een inspiratiebron zijn om er achter te komen hoe jouw productieomgeving op een interessante manier kan worden gepresenteerd. En daardoor ook gedeeld.

2007: Social media avant la lettre

We schrijven 2007. Ik had bedacht dat het mogelijk moest zijn om mensen online mee te nemen in een verhaal, vertelt in content, en ze langs die route tot ambassadeur te vormen. In retrospectief zat er zo’n beetje alles in dat we inmiddels kennen als social media, content marketing en storytelling. Ik heb dit verhaal verteld tijdens het IMME 2011 in de Jaarbeurs in Utrecht. Hoewel de slides inmiddels behoorlijk gedateerd zijn geraakt, is het nog steeds een inspirerende case. Veel van de waardevolle lessen die ik hiermee in 2007 proefondervindelijk kon leren, verschijnen nu pas in de handboeken. Sommige zijn zelfs bijna vijf jaar na dato nog steeds niet ontdekt en opgetekend. Ook niet door het merk zelf, trouwens. Nadat het platform in 2009 stopte is, ondanks modernisering en forse verbreding van het productgamma, de verkoop in Nederland effectief nooit meer op eenzelfde peil gekomen.

Waarheen, waarvoor..?

TelkampHeb je jezelf ook wel eens afgevraagd hoe de wereld er over vijf à tien jaar uit zal zien..? Sinds eind jaren ’80 hebben we de computer zijn intrede zien doen in ons dagelijks leven. Analoge bestanden werden gestaag vervangen door digitale varianten. In de jaren ’90 werden al die machines dankzij internet aan elkaar geknoopt, en gingen we die digitale documenten online publiceren zodat anderen er hun voordeel mee konden doen. Het min of meer statische web was een feit. Online discussiëren gebeurde nog voornamelijk in fora en afgeschermde directories. Websites werden mooier, beter en toegankelijker maar de laatste grote omslag zou pas rond de jaren ’00 plaatsvinden met de komst van alle middelen die we inmiddels kennen als social media.

Heldere indeling wordt fluide
Het internet is daardoor fluide aan het worden. Live, zoals je wilt: er bestaat nog nauwelijks een lag in het delen van informatie, zoals met bijvoorbeeld e-mail nadrukkelijk nog wel het geval was. Voorheen bevond informatie zich achter een afgeloten digitaal muurtje. Wilde je die informatie hebben, dan kon je die alleen benaderen achter dat specifieke muurtje. Tenzij je de informatie kopieerde en elders herpubliceerde, bleef die informatie achter dat ene muurtje. Dat muurtje was het eigendom van een bedrijf of instelling en daarmee was de digitale wereld redelijk helder ingedeeld.

Nu kun je met één klik bijna ieder brokje informatie met iedereen delen via ontelbare netwerken. Een like, een tweet: social media vormt het informatieve cement tussen de onmetelijke hoeveelheid beschikbare informatie. Afgezien het kunnen delen van al die informatie met de snelheid van het licht, kunnen we er tegelijk ook onze mening aan verbinden. En aangezien de mens van nature graag wordt gehoord, is er een vliegwiel van informatie op gang gekomen dat nooit meer zal stoppen. De off-line, onzichtbare conversatie is online en zichtbaar geworden. Waar gaat dat allemaal naar toe..?

SchemaTerug naar de toekomst
Ik denk dat we uiteindelijk terug gaan naar dezelfde waardes waarmee iedereen rond 1920 handel dreef. Maar dan in het kwadraat. Ja, dat klinkt vreemd. In die periode -vóór de komst van massacommunicatie en consumptie- waren individuele, persoonlijke aspecten nog het belangrijkste element bij het opbouwen van een relatie. Of iemand aardig was, leuk, interessant of de goede connecties had was op individueel niveau toen nog van cruciaal belang.

Dat veranderde drastisch met de komst van massacommunicatie. Het individu werd steeds onherkenbaarder ingepakt in een omhulsels dat zakelijk ‘Bedrijf’ heette of ‘Markt’ als het om consumenten ging. Uiteindelijk werd de consument alleen nog geconfronteerd met dat zakelijke omhulsel, vormgegeven via een logo, huisstijl en ‘mission, vision & value’-statements die werden uitgeschoten via radio, televisie en print. De menselijke factor en hun karakters werden hiermee volledig aan het bedachte beeld onttrokken. Hoe onpersoonlijk kon ’t worden..?

Exact op dat punt ontketenen de sociale media momenteel een ware revolutie. Het individu heeft middelen in handen gekregen om zichzelf te profileren, en dat doen we dan ook naar hartelust. Jarenlange, verplichte anonimiteit wreekt zich door een uitbarsting van meningen, opinies en bevindingen. Wat je nu leest is er in feite ook één. De socialisering en democratisering van media: ik mag en kán als individu weer vrijelijk aan de wereld melden wat ik denk of vind. Of dat er iets toe doet..? Nou en of..!

SchemaHet individu centraal
Hiermee komt het individu opnieuw centraal te staan. Niet alleen als consument, maar ook binnen bedrijven. Consumenten laten zich niet langer als vanzelfsprekend verleiden door een mooi bedrijfslogo of webportal. Ze gaan zelfstandig op zoek naar de personen achter die bedrijfsmuur en vinden ze massaal via Facebook, Twitter of Linkedin. Dit maakt dat iedere medewerk(st)er van een onderneming een cruciale rol gaat spelen in de wijze waarop een organisatie wordt gezien. Iedere afzondelijke persoon binnen een onderneming is een onmisbaar puzzelstukje geworden van het totaalbeeld dat de consument buiten de bedrijfsmuren zal gaan ervaren. De medewerk(st)er is de bedrijfsidentiteit geworden. Niet wat er intern aan branding en positionering is bedacht. En de consument bepaalt zelf wel wat hij er wel of niet van gelooft.

Authenticiteit = geloofwaardigheid
Dit is precies de reden waarom authenticiteit zo vaak als cruciaal wordt benoemd. Bedrijven kunnen niet langer optisch verdoezelen hoe ze in elkaar steken en wat hun belangen zijn. De consument -als groep of individu- prikt daar dankzij alle in- en extern beschikbare informatie via sociale media in toenemende mate dwars doorheen. Is eenmaal gebleken dat het bedrijf niet authentiek opereert, dan is de opgelopen schade nog maar moeilijk te repareren en zeker niet alleen op individueel niveau. Per saldo is de wijze waarop een bedrijf zich kán profileren louter de optelsom van interne individuen geworden. Voor sommige bedrijven vergt dit gaandeweg slechts kleine aanpassingen. Maar er zijn ook bedrijven waarbij dit een totale interne ommezwaai gaat betekenen om binnen deze opnieuw geformuleerde waardes overeind te blijven, ongeacht product of dienst.

SchemaZowel bedreiging als kans
Ondernemingen die nu nog zo’n draai moeten maken staan per definitie op achterstand. Verandering kost immers tijd. Anderzijds: ieder bedrijf of instelling heeft (of krijgt) hiermee te maken. Daarom schuilt in deze bedreiging juist ook een kans. Hoe sneller en beter een onderneming die (interne) slag naar de individualisering en democratisering van informatie weet te maken, des te beter zal de concurrentiepositie zijn ten opzichte van bedrijven die dit niet slagvaardig oppakken. Als ze de noodzaak tot zo’n verandering überhaupt herkennen en niet even snel een social media strategie door een willekeurige stagair in elkaar laten knutselen.

Dit gaat het verschil maken tussen ondernemingen die succesvol zullen voortbestaan en ondernemingen die het niet gaan redden, ongeacht het formaat of marktaandeel van die onderneming. Want per saldo bestaat elk willekeurig bedrijf louter bij de gratie van iedere individuele consument en de inzet van iedere afzonderlijke medewerk(st)er. Net zoals rond 1920 nog het geval was, vóórdat gecentraliseerde en gecontroleerde massacommunicatie z’n intrede deed. Sociale media veroorzaken dat deze rollen binnen marketing en communicatie opnieuw centraal zullen komen te staan. Of in ieder geval centraal zouden moeten staan.

Jobs over corporate identity (1997)

Een erg bijzonder fragment van Steve Jobs die praat over de bedrijfsidentiteit van Apple. De exacte datum van deze speech is waarschijnlijk 28 september 1997, het moment dat de ‘Think Different’-campagne werd gelanceerd. Het was die dag zo’n 35 graden in Cupertino, wat de opvallende korte broek van Steve verklaard.

De video markeert het verdwijnen van Gil Amelio bij Apple, de terugkeer van Jobs en de wederopstanding van het merk: het startschot voor het Apple zoals we het nu kennen. Op dat moment verschijnt ook deze beroemde tekst, welke volgens geruchten door Jobs zelf is geschreven. In slechts een paar weken tijd na z’n (hernieuwde) aantreden maakte Jobs rigoreus schoon schip, en elimineert o.a. de Newton en de bouw van computers met het Mac OS onder licentie (bijvoorbeeld Power Computing) waar hij in deze speech ook aan refereert: terug naar de core.

De ‘Think Different’ campagne is gemaakt door ’t Amerikaanse reclamebureau TBWA/Chiat/Day. Directeur van die club was Lee Clow, een vriendje van Jobs. Vóór het vertrek van Jobs werkte TBWA/Chiat/Day al voor Apple: de legendarische ‘1984‘-commercial ontstond ook onder hun leiding. Toen Jobs door John Scully naar buiten was gewerkt ging ’t bureau van Clow dezelfde route. Jobs haalde TBWA/Chiat/Day gelijktijdig met zijn terugkomst opnieuw naar binnen.

Aardig detail: ‘Think Different’ is grammaticaal onjuist. Het zou eigenlijk ‘Think Differently‘ moeten zijn. Waarschijnlijk heeft ’t bureau voor deze creatieve tekstvorm gekozen om indirect het ‘anders denken’-gevoel van te versterken. Opvallend: elke zin die Steve Jobs hier uitspreekt is vandaag de dag nog nét zo relevant voor Apple als 13 jaar geleden. Kortom: we kijken hier naar de geboorte van één van de meest succesvolle bedrijfspositioneringen ooit.

De jaren ’60 op herhaling..?

Familie rond de buis

We leven momenteel in spannende tijden. Oude waardes lijken plotsklaps waardeloos. Nieuwe dringen zich op. Zonder dat we ze helemaal begrijpen. Open communicatiemethodes faciliteren over internet compleet nieuwe trends, methodieken, uitgangspunten en inzichten. Juist die communicatie lijkt de ons zo vertrouwde wereld op z’n kop te zetten: niets is meer wat het een paar jaar geleden was. Nieuw..? Niet echt.

Apple iPadHet lijkt sterk op wat er zich in de jaren ’60 van de vorige eeuw afspeelde. Ook toen ging de wereld op z’n kop en voor het eerst in de geschiedenis speelde communicatie daarin een absolute hoofdrol. Massacommunicatie deed z’n intrede en faciliteerde een sociale omwenteling. “I have a dream” van Martin Luther King had nooit zo’n impact gehad als er in 1963 geen radio en televisie was geweest waarmee de gedrevenheid van King hoor- en zichtbaar werd. Bob Dylan’s maatschappij kritische teksten konden door miljoenen wereldwijd worden gehoord. We kochten ineens allemaal Omo om in de Miele te gooien. Afijn, bedenk er de talloze voorbeelden er zelf maar bij. Boodschappen bereikte vanaf dat moment een miljoenenpubliek en de wereld werd nooit meer hetzelfde.

Nu, vijftig jaar later, zitten we midden in een vergelijkbare omwenteling. Geen communicatie richting massa, maar de massa die zelf is gaan communiceren. Met alle veranderende (sociale) gevolgen van dien. Het ‘nieuwe werken’ als eigentijds, veranderend equivalent van de toenmalige ‘emancipatie’. Het 8 Uur Journaal nooit meer om 20:00 uur, maar elke seconde van de dag. De historisch gegroeide afstand tussen beroemdheden en publiek teruggebracht tot de toets van een toetsenbord. We maken zelf nieuws en entertainment via talloze beschikbare kanalen. Beïnvloeden elkaar en beschouwen louter zenden ineens als verdacht.

Over een decennium zullen wij op deze periode met eenzelfde gevoel terugkijken als we nu naar de jaren ’60 kijken. “Toen gebeurde het,” zullen we dan zeggen. Gek genoeg lijkt nu alsof niet iedereen door heeft dat het aan het gebeuren is. Misschien omdat we er midden in zitten, er aan mee doen en er allemaal onderdeel van uitmaken. Bewust, of onbewust. The times, they are a-changin